Nederlands–Fries woordenboek

Friese vertaling van het Nederlandse woord varen

Nederlands → Westerlauwers Fries
  
NederlandsWesterlauwers Fries (indirect vertaald)Esperanto
farre
esti maristo
(navigeren)
farre
farre
🔗 Dit was een tanker die aan het eind van het konvooi voer.
farre
🔗 Hoe ben jij gevaren?
🔗 De haven die ze waren binnengevaren, lag bij de monding van een kleine, trage rivier, waarvan de oevers dicht waren begroeid met hoge, slanke palmen en dicht struikgewas.
(boot; schip)
🔗 Dat nieuwtje vloog over het hele vaartuig.
(zeeman)
seeman
🔗 De varensgast nam het pijpje uit de mond, blies een dikke rookwolk weg, sloeg het glaasje brandewijn dat hij voor zich had staan in één teug naar binnen en vroeg mij na deze voorbereiding waarom ik mij niet bediend had van het mes dat voor mij stond.
(zeeman; janmaat; zeevaarder; varensgast)
seeman
🔗 Ben jij varensgezel?
(verder gaan met; vervolgen; voortgaan; doorgaan met; onderhóúden; voortgaan met; laten voortduren)
🔗 „Hij had niets met vergunningen te maken, zei hij” voer de ambtenaar eerste klasse voort.
(vrachtboot; vrachtschip)
(zeeman)
seeman
🔗 Wij zijn geen volk van zeevaarders.